Aantekeningen
Treffers 401 t/m 450 van 591
# | Aantekeningen | Verbonden met |
---|---|---|
401 | Notitie bij het huwelijk van ARIJEN en MARREGIEN: zij van Mastenbroek | Gezin: Arijen Jans / Marregien Jochems (F1324248266)
|
402 | Notitie bij het huwelijk van PETER en AALTJE: Ambt Vollenhove, 1 oktober 1760: Erschenen in desen Ed. Gerigte Aaltjen Jans Post, weduwe van Jan Lens, in desen geassisteert met Peter Jans Rook als haaren gecosen momber, te kennen gevende dat van sins was haar te verandersaten en in een darde egt te treden en derhalve verpligt was haare twee onmondige kinderen met namen Geert en Willem Lens voor vaders goed behoorlijk bewijs en erfuiting te doen, gelijk zij dan nae ondekkinge van haeren ganschen staad aan Hendrik Lens en Meijndert Jans Post, broeders van haer overleden man en van haar comparente, bewesen heeft gelijk zij dat mits desen te samen een somma van 425 guldens, een paar gouden hemds cnopen van drie ducaten, een paar silveren broeks cnopen en een paar silveren schoengespen, mitsgaders alle tot het lijf toebehoren van haar overleden man in gevolge specificque memorie in den gerigte vertoont en met exhibitum hujus betekent alsnamelijk 1 bruinen bargien rok etc. Waarentegen sij comparante sal hebben en behouden alle overige goederenen lasten des boedels, niets uigesondert etc. | Gezin: Peter Jans Rook / Aaltje Jans Post (F1324248237)
|
403 | Notitie bij het huwelijk van PETER en JENNIGJEN: huwelijk geconfirmeerd via huwelijkse bijlagen van zoon Jan (Driebergen) JENNIGJEN is geboren in Hessem, dochter van HENDRIK JANSEN en HENDRIKJE JANSEN. Zij is gedoopt op 25 maart 1767 in Dalfsen. JENNIGJEN is overleden op 10 maart 1801 in Ambt Vollenhove, 33 jaar oud. JENNIGJEN trouwde later op 15 juli 1798 in Vollenhove met GEERT JANS LENS (1753-1813). | Gezin: Peter Jans Rook / Jennigjen Hendriks Marsman (F1324247971)
|
404 | Notitie bij het huwelijk van PIET en HILLIGJE: Handtekening bruid en vader van de bruid Dannenberg | Gezin: Piet Rook / Hilligje Danenberg (F1324248258)
|
405 | Notitie bij TRIJNTJE: Ook Katarina (doodregister) | Scheer, Trijntje Peters (I1386)
|
406 | Notitie: Ondertrouwregister Gerecht Franeker, 1770 DTB nr: 250, 1763 - 1782 Vermelding: Ondertrouw van 20 oktober 1770 Man: Paulus Romar, Franeker Vrouw: Sjoukje Ottis Salverda, Franeker NB: apotheker Gestandaardiseerde namen: PAULUS en SJOUKJE OTTES Franeker, huwelijken 1770 Vermelding: Ondertrouw op 20 oktober 1770 Man : Paulus Romar afkomstig van Franeker Vrouw : Sjoukje Ottis Salverda afkomstig van Franeker Opmerking : apotheker Gestandaardiseerde namen: PAULUS en SJOUKJE OTTES Bron: Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken?(DTBL)? Ondertrouwregister Gerecht Franeker 1763-1782 Inventarisnr.: 250 Trouwregister Hervormde gemeente Franeker, 1770 DTB nr: 263, 1732 - 1772 Vermelding: Bevestiging huwelijk van 4 november 1770 Man: Paulus Romar, Franeker Vrouw: Souwkje Salverda, Franeker NB: apotheker Gestandaardiseerde namen: PAULUS en SJOUKJE Franeker, huwelijken 1770 Vermelding: Bevestiging huwelijk op 4 november 1770 Man : Paulus Romar afkomstig van Franeker Vrouw : Souwkje Salverda afkomstig van Franeker Opmerking : apotheker Gestandaardiseerde namen: PAULUS en SJOUKJE Bron: Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken?(DTBL)? Trouwregister Hervormde gemeente Franeker 1732-1772 Inventarisnr.: 263 | Gezin: Paulus Hyacinthus de Romar / Sjoukje Ottes Salverda (F1386938712)
|
407 | Notities bij Constantius I Chlorus Van Rome Gaius Flavius Valerius Constantius (31 maart 250? – Eboracum (nu: York), 25 juli 306), bekend als Constantius I, was een Romeins keizer van 1 mei 305 tot 25 juli 306. Hij werd Chlorus (de Bleke ) genoemd door Byzantijnse historici. Hij was de vader van Constantijn de Grote. Constantius kwam uit Illyria en volgens Constantijn was de familie gerelateerd aan die van Claudius II Gothicus. Over de jonge jaren van Constantius is niet veel duidelijkheid. Vrijwel alle beschikbare informatie daarover is afkomstig uit de Historia Regum Britanniae van Geoffrey van Monmouth, een niet erg betrouwbare bron. Zie verder hieronder. Wegens zijn militaire prestaties en zijn kundig en beheerste regering van Dalmatië werd Constantius op 11 maart 293 benoemd door Diocletianus als Caesar onder Maximianus. Maximianus' stiefdochter Flavia Maximiana Theodora was sinds 289 Constantius' vrouw, nadat hij was gescheiden van Helena. Bij de verdeling van de provincies werden Gallië en Brittannië aan Constantius toegewezen.Een argenteus van Constantius I Chlorus, met op de achterzijde de tetrachen die een offer brengen na een overwinning op de Sarmaten. Gedurende zijn Caesarschap was Con stantius druk met veldtochten tegen allerlei barbaarse stammen en tegen usurpators. In de zomer van 293 verjoeg hij de troepen van usurpator Carausius uit Noord-Gallië. Na Constantius aanval op Boulo gne werd deze troonpretendent gedood. In 296 versloeg hij een andere usurpator, Allectus, in Britannia. In 298 overwon Constantius de Alamannen, een Germaanse stam die zich in het gebied van de Mai n ophield. Op 1 mei 305 werd hij Augustus (keizer); zijn Caesar werd Severus II. Constantius stierf echter reeds het jaar daarop in Eboracum, tijdens een veldtocht tegen de Picten en Schotten. Zijn zo on werd de nieuwe Caesar van de nieuwe keizer Severus II. Laatstgenoemde kon niet lang van zijn keizerschap genieten; de usurpator Maxentius doodde hem in de strijd. | van Rome, Constantius I Chlorus (I2757)
|
408 | Notities bij Eva Jans van Sonneveld Van Eva Jans (van Sonnevelt?) is praktisch niets bekend; zij komt voor in het R.A. Rijnsburg, inv. nr. 21, fol. 11 en is dan 41 jaar oud; omdat de akte qua inhoud opvallend is laat ik haar hier integraal volgen: Eva probeert een ruzie te sussen tussen de de chirurgijn Philips van Loon, neef van haar echtgenoot -nogal rumoerig en opstandig, kennelijk dronken- en de herbergier van de "Vergulde Valck" te Rijnsburg, Dirck Pieters van Brouckhuisen: "Wij ondergesch(revenen) Eva Janss. ende Dirck Pietersz. van Brouckhuijsen verclaren mits desen onder onse handt en(de) signerende hoe dat op den 7 en Feb(ruari) 1673 des avonts ontrent seven ofte achte uijren ten huijse van mijn Dirck Pietersz. voorn(oemt) uijt der name van eenen Mr. Philis van Loon is gecoomen een jonge eijschende bier voorden voorn(oemde) mr. Philips van Loon, 't welck Dirck Pietersz. heeft geweijgert te geven ten waere mr. Philips gelt daer bij stierde. Ende dat daerop vervolgens van wegen den voorn(oemde) Philips van Loon een meijt sijnde d | Gezin: Philip Cornelisz Hanneman / Eva Jans van Sonneveld (F1359469899)
|
409 | Notities bij Gunderith Van Gepiden De Gepiden (ook wel Gepidae) waren een Oost-Germaans volk, verwant aan de Goten, dat in de derde eeuw na Christus samen met de Goten in Dacia invallen pleegde. De naam 'Gepiden' zou afgeleid kunnen zijn van 'Gepanta'; een Gotisch woord voor 'lui' of 'traag', aangezien de Goten geen al te hoge dunk hadden van de alertheid van de Gepiden. De twee stammen bleven dan ook vijanden. De Gepiden woonden oorspronkelijk in Scandinavië, waarna zij zich aan de Weichsel vestigden. Vandaar trokken zij omstreeks 350 naar het zuiden en bezetten een deel van de Hongaarse laagvlakte. In 376 werden de Gepiden onderworpen door de Hunnen en leverden zij hulptroepen aan het leger van de Hunnen. De Gepiden werden een gewaardeerd onderdeel van het leger van Attila en zijn Hunnen. Zij vormden bij de slag op de Catalaunische velden (bijTroyes in Frankrijk) in 451 de rechtervleugel van het leger van de Hunnen onder leiding van hun koning Ardarik. De politiek van de Gepiden geeft een goed beeld van de machtsverhoudingen van die tijd. Na de nederlaag van Attila op de Catalaunische velden werden de Gepiden een belangrijke kracht in het verdrijven van de Hunnen. Samen met de Ostrogoten versloegen de Gepiden onder leiding van hun koning Ardarik de Hunnen in 454 aan de rivier de Nadao, ergens in Pannonië. Als dank werden ze opgenomen in het Romeinse Rijk, waar zij later door koning Theodorik de Grote weer uit hun gebied verdreven werden (504). Enkele tientallen jaren later werden de Gepiden praktisch uitgeroeid door aanvallen van Byzantijnen en Avaren. In 565 werden de Gepiden als volk vernietigd door de Longobarden, Cunimund was toen hun koning. In 600 maakte een Byzantijnse generaal nog melding van enkele kleine nederzettingen bewoond door Gepiden en in 626 hebben de Gepiden nog deelgenomen aan de aanval van de Avaren op Constantinopel. | van Gepiden, Gunderith (I2746)
|
410 | Notities bij Helena (Flavia Julia Helena) Van Constantinopel Sint-Helena of Flavia Julia Helena of Helena van Constantinopel (circa 248 – circa 329) was de moeder van de Romeinse keizer Constantijn de Grote. Zij wordt binnen het Oosters-orthodoxe en rooms-katholieke christendom als heilige vereerd. Levensloop Helena wordt waarschijnlijk in Drepanum geboren. Haar zoon Constantijn verandert de naam van die stad later in Helenopolis. Er zijn ook bronnen waaruit zou blijken dat Helena is geboren in Škrip op het eiland Brac in de Adriatische zee. Volgens sommigen is ze de dochter van een herbergier. In elk geval stamt ze uit een lage sociale klasse. Ze maakt kennis met de Romeinse militair Constantius Chlorus en baart diens zoon Constantijn. Constantius trouwt vervolgens met de stiefdochter van keizer Maximianus en wordt later zelf keizer. Na zijn dood in 306 volgt zoon Constantijn hem op en Helena wordt, als moeder van de keizer, een belangrijke figuur aan het keizerlijk hof. In het jaar 324 verkrijgt ze van Constantijn de eretitel Augusta. Evenals haar zoon bekeert Helena zich tot het christendom. Omstreeks het jaar 325 onderneemt ze een reis door het oosten van het Romeinse Rijk. Volgens de beschrijving die kerkvader Eusebius van haar omzwervingen door Palestina geeft in zijn Vita Constantini houdt ze zich voortdurend bezig met bidden, het uitreiken van aalmoezen, het bezoeken van heilige plaatsen en het stichten van kerken. Verder ontdekt ze het graf van Jezus. En passant neemt ze ook de stoffelijke resten van de Drie Koningen mee terug naar Constantinopel, waarna deze relikwieën aan de stad Milaan word en geschonken in 344. Hoewel de feiten in Vita Constantini de waarheid lijken te spreken, moet niet vergeten worden dat Eusebius een Christenlijke invalshoek had. Volgens de overlevering brengt Helena tevens het kruis waaraan Jezus stierf mee. De vindplaats van het Heilige Kruis werd haar in een droom aangewezen. Dit kruis krijgt, nog steeds volgens de overlevering, een plaats in de HeiligeGrafkerk terwijl debijbehorende spijkers worden verwerkt in het bit van Constantijns favoriete paard. Volgens de "Gesta Treverorum" zou Helena de Heilige Rok naar Trier hebben gebracht. Ze had daar een paleis, waarschijnlijk op de plaats waar Constantijn in 326 begon met de bouw van de St. Petersdom. Kort na haar terugkeer uit het Heilige Land sterft Helena. Dankzij de verslagen van Eusebius verleent de Kerk haar de status van heilige. Haar naamdag valt op 18 augustus in de Rooms-katholieke Kerk, op 19 en 21 mei in de Lutherse Kerk en op 21 mei in de Orthodoxe Kerk. | van Constantinopel, Helena (Flavia Julia Helena) (I2758)
|
411 | Notities bij Lething Van Langobarden Beroep: Koning der Langobarden De Longobarden (ook Langobarden of Lombarden) waren een Oost-Germaans volk dat oorspronkelijk in Scandinavië woonachtig was[1]. Hun taal was het Longobardisch. Ze waren bij de Romeinen in ieder geval al bekend in 98, toen Tacitus hen vermeldde in zijn Germania. Inhoud 1 Migratie naar het zuiden 2 Italië 3 Referenties 4 Verwante onderwerpen Migratie naar het zuiden De Longobardische volksverhuizing. De volksverhuizing van de Longobarden vond in etappes plaats. Vanaf 200 verplaatsten de Longobarden zich langzaam van de benedenloop van de Elbe, stroomopwaarts naar wat nu de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt is. Omstreeks 350 hadden de laatste Longobarden het gebied aan de benedenloop van de Elbe verlaten. In de periode tussen 350 - 493 trokken zij verder, naar wat nu de Duitse deelstaat Saksen is en naar Bohemen. Zij werden niet onderworpen door de Hunnen en behielden hun onafhankelijkheid. In deze periode werden de Longobaren gekerstend tot de christelijke variant, het arianisme, en we kennen een aantal namen van hoofdelingen uit die periode: (Lethuoc, Hildehoc, Godehoc en Claffo). In 493 verschenen de Longobarden in het gebied waar voorheen de Rugiërs hadden gewoond, de Romeinse provincie Noricum, tegenwoordig Oostenrijk. De Longobarden waren nu een groot volk - vermoedelijk hadden verschillende Germaanse stammen zich tijdensde migratieperiode bij de Longobarden aangesloten, vreedzaam dan wel gedwongen. In Noricum raakten de Longobarden herhaaldelijk slaags met de Herulen, die een koninkrijk hadden gesticht aan de Tisza en Mures. Longobardisch gebied in 526, ongeveer het huidige Slowakije. Tijdens de migratieperiode van de Longobarden was hun stamstructuur geleidelijk aan veranderd. De Longobarden werden niet langer geleid door een aantal hoofdelingen, maar werden nu geregeerd door één koning. De eerste koning die we kennen heette Tato. Deze vernietigde het koninkrijk van de Herulen in 510. Het merendeel van de overwonnen Herulen voegde zich nu bij de Longobarden. De opvolger van Tato, Wacho, versloeg de Sueven aan de Donau. Door deze veroveringen kregen de Longobarden het westelijke deel van de voormalige Romeinse Provincie Pannonië in bezit. De Byzantijnen ((Oost)-Romeinen) zochten toenadering tot de Longobarden en omstreeks 540 werden de Longobarden foederati, ofwel bondgenoten van de Romeinen. Als zodanig vochten de Longobarden mee in de oorlogen van de Romeinen. Zo werden zij ingezetin de oorlog tegen de Ostrogoten en vochten zij mee in het oosten tegen de Perzen. In de tussentijd kregen de Longobarden in Pannonië te maken met invallen door de Avaren. De Romeinen hadden echter geen belang bij deze oorlog en gaven de Longobardengeen steun. Alboin, de opvolger van koning Audoin, sloot een niet-aanvalsverdrag met de Avaren en smeedde een groot Longobardisch leger samen, bestaande uit veteranen die tegen de Goten en Perzen hadden gevochten. In 567 viel dit leger de Gepiden aan vernietigde hun koninkrijk. De laatste Gepidenkoning Kunimund werd gedood en Alboin dwong de dochter van de vermoorde koning, Rosamunde, tot een huwelijk. | van Langobarden, Lething (I2766)
|
412 | Notities bij Wacho Van Langobarden Wacho (ca. 480 - 540) was hoofdman (koning) van de Longobarden van 510 tot 540. Hij benoemde zichzelf tot koning, nadat hij in 510 zijn oom Tato had vermoord en diens zoon Hildechis verslagen. Van Wacho is bekend dat hij door middel van huwelijken goede relaties opbouwde met andere Germaanse koninkrijken. [bewerken] Leven Wacho was getrouwd met Radegund, de dochter van Bisinus, koning van de Thüringers. Het huwelijk dat de Frankenkoning Theuderik I regelde tussen zijn zoon Theudebert I en Wacho's dochter Wisigard, diende ertoe, de neutraliteit van de Longobarden te garanderen in de oorlog die de Franken na de dood van Theoderik de Grote in 526 begonnen tegen de Thüringers. Enige jaren later werd een huwelijk gesloten tussen Theudebald, een andere zoon van Theudebert, en Vuldetrada of Waldrada, een tweede dochter van Wacho. Dit diende ertoe het verbond tussen Franken en Longobarden te versterken. Deze samenwerking trokde aandacht van het Oost-Romeinse rijk, dat diplomatieke relaties aanknopte met Wacho. Na de dood van zijn vrouw Radegund huwde Wacho met Austrigusa, een dochter van de Gepidenkoning Turrisind. Uit deze verbintenis werden twee dochters geboren, Wisigard en Waldrada, die beiden met Frankische koningen trouwden. De verbintenissen die Wacho afsloot legden hem geen windeieren. Met steun van de Franken lukte het hem de aan de Donau wonende Sueven, de zogenaamde Donau-Sueven te onderwerpen. Op het einde van zijn regeerperiode beheerste hij de gehele voormalige Romeinse provincie Pannonia, vergelijkbaar met het huidige Hongarije. Bij Silinga, een dochter van de Herulenkoning Rudolf, kreeg Wacho een zoon, Walthari die zijn opvolger werd. | van Langobarden, Wacho (I2743)
|
413 | Oberkönig der West- und Ostgoten um 140. | Guntharich I (I2789)
|
414 | officier van gezondheid bij de Koninklijke Marine (1852-1869), en huisarts te Utrecht (1867-1899) | Idenburg, Petrus Johannes (I798)
|
415 | Ondertrouwregister Gerecht Dokkum, 1695 DTB nr: 175, 1686 - 1707 Vermelding: Attestatie afgegeven 12 oktober 1695, Dokkum Man: Petrus Waerdenburgh, Franeker Vrouw: IJtje Folckerts, Dokkum Gestandaardiseerde namen: PETRUS en IETJE FOLKERTS NB: eerste proclamatie was op 28 Juli en is verspiert | Folckerts, Yttje (I497)
|
416 | ongeh.moeder | Meester, Jaepje Hendriks (I1074)
|
417 | Ongehuwd Tante Co de Bakker | de Bakker, Adriana Jacoba Gerrardina (I2185)
|
418 | Ongehuwd | Waardenburg, Pietje (I1745)
|
419 | Ongehuwd | Waardenburg, Hendericus (I1746)
|
420 | Ongehuwd | de Bakker, Levina Jacoba Elizabeth (I2184)
|
421 | Ongehuwd zwanger van Maarten Johannes | van Puffelen, Adriana Jacoba Gerrardina (I1277)
|
422 | Ook bekend als Henricus Waardenburg Voorstraat nr. 60 Arjen van der Veer liet het oude pand dat op deze plek stond in 1907 afbreken om op dezelfde plek een huis in Jugendstil te laten bouwen (zie afbeelding 2). Na omstreeks 2000 kwam er een bloemenwinkel in, maar aan de gevel is toen niets veranderd. Sinds omstreeks 2010 staat het pand leeg. Hoofdbewoners tussen 1713 en 1805 Hendrik Waardenburg* (chirurgijn) (getrouwd met Anna Molenaar) Hoofdbewoners tussen 1805 en 1939 Hendrik Waardenburg* was chirurgijn. Hij kwam in 1791 en trouwde met Anna Molenaar uit Winsum Daarna zijn er drie dochtertjes geboren. Eén van hen overleed toen ze vijf jaar was. Dochter Anna Elisabeth trouwde in 1812 met Jacob Hendriks Stelwagen (stijfselfabrikant) en verhuisde naar Fonteinstraat 5. Dochter Trijntje trouwde in 1919 met Pieter Lolcama (winkelier) en verhuisde naar Voorstraat 6. Hendrik Waardenburg overleed in 1820, 52 jaar oud. Zijn weduwe bleef in 1827 inwonen bij haar dochter Anna Elisabeth en stierf in 1829 op 59-jarige leeftijd. Anna Elisabeth Waardenburg* was een dochter van de vorige hoofdbewoner. Zij was de weduwe van Jacob Hendriks Stelwagen (in leven stijfselfabrikant). Zij kwam in 1827 met drie jonge kinderen van Fonteinstraat 5. Een dochtertje overleed toen ze twaalf jaar was. Anna Waardenburg overleed in 1938, 46 jaar oud. | Waardenburg, Hendrik (I1786)
|
423 | ook de Graaf Duist genoemd | Duijst, Jan (I446)
|
424 | Ook Heijns genoemd | Hendricks, Lijsbeth He (I689)
|
425 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Heijnen, Jan Heijnen (I666)
|
426 | Ook Jan de Graaf Duijst genoemd | Gezin: Jan Duijst / Geertje van den Bos (F1324247675)
|
427 | Ook Klijnman genoemd | Hijnen, Harmen (I715)
|
428 | Ook Teuling genoemd | Baas, Jacob Baas (I60)
|
429 | ook vermeld als Folkert Petrusz Waardenburg | Waardenburg, Folkert Pyters (I1678)
|
430 | Ook wel Weerdenburg genoemd | Gezin: Petrus Pijterse Waerdenburgh / Yttje Folckerts (F1324247847)
|
431 | op lijst huisgeld 1675 | van Oudenaller, Reijer Gijsbertsen (I1175)
|
432 | oude genealogiën noemden haar als echtgenote van Ansbert en zelfs als dochter van Clotaire I, meer dan dat ze bestaan heeft en in bloedverwantschap stond tot de merovingers bleef onzeker. | Bilchilde (I2813)
|
433 | ouderling | van Halteren, Harmen (I628)
|
434 | ouderling | Huijgen, Carel (I781)
|
435 | ouderling | Zijl, Jan (I1976)
|
436 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Zijl, Cornelis Lambertsen (I1981)
|
437 | overleden Franeker voor 1804, huwt met Aaltje Tuininga, stadsdienaar, kinderen: Trijntje, geboren 1796 Franeker, Jurjen Piebes W, geboren 7 mei 1799 Franeker; Burgerlijke Stand Harlingen 1835 huwelijken, 1849 overlijdens, 1862 overlijdens | Waardenburg, Piebe Dirks (I1749)
|
438 | Overleden in Pelstergasthuis Begraafplaats: Zuiderbegraafplaats Groningen | Veenhoff, Henderikus (I1587)
|
439 | Overleden ten huize van zijn dochter Elida in Amstelveen | Waardenburg, George Johannes (I3266)
|
440 | Overleden tussen 1484 en 1489 | van Cuyck van Mierop, Cornelis (I3087)
|
441 | Paltsgraaf van Simmern | van Wittelsbach, Johann II (I2995)
|
442 | Paltsgraaf van Simmern Graaf Van Sponheim | van Wittelsbach, Johann I (I2997)
|
443 | Paltsgraaf van Simmern Graaf Van Sponheim | van Wittelsbach, Frederik I (I2999)
|
444 | Pepijn van Vermandois (ca. 818 - na 850) was een zoon van Bernard van Italië en van Cunigonde. Hij is de eerste van de graven van de Vermandois die twee eeuwen lang tot de belangrijkste feodale vorsten van Frankrijk hoorden. In 834 bevrijdde hij samen met andere Italiaanse edelen keizerin Judith van Beieren uit het klooster van Cortona waar ze was opgesloten door haar opstandige stiefzoons en bracht haar naar Lodewijk de Vrome in Aken. Als beloning werd hij in 836 benoemd tot graaf van St. Quentin, Senlis en Peronne. Net als veel andere getrouwen van Lodewijk de Vrome steunde hij na diens dood in 840 zijn jongste zoon Karel de Kale maar toen Lotharius I optrok naar Parijs koos Pepijn diens kant. Na het verdrag van Verdun werd hij blijkbaar weer zonder problemen vazal van Karel en behield zijn functies. Pepijn was getrouwd met een onbekende vrouw. Op grond van het gegeven dat zijn kinderen goederen in de Vexin erfden wordt verondersteld dat zij dochter was van een edelman Theoderic uit de Vexin, die achterkleinzoon was van Childebrand. Theoderics vader en grootvader heetten beiden Nibelung. Pepijn en zijn vrouw kregen de volgende kinderen: Bernard Peppijn Herbert I van Vermandois mogelijk een dochter met de naam Cunigonde mogelijk een onbekende dochter die in haar eerste huwelijk was getrouwd met Berengar van Bayeux en in haar tweede huwelijk met Wido van Senlis | van Parijs, Pippijn (I2373)
|
445 | Pierre Jean Baptiste Reyse (of Reyne) de Romar. Later Petrus Romar genoemd. Deze is op 17-10-1740 burger van Franeker geworden en op 07-01-1762 te Franeker overleden. Trouwde in Franeker op 02-051741 met Johanna Johannes. Beroep boekverkoper. _________________________________ Pierre Jean werd later Petrus Romar genoemd. Pierre/Petrus is op 17.10.1740 burger van Franeker geworden. Van beroep was hij boekverkoper. De oorspronkelijke naam van Petrus suggereert dat hij in Frankrijk geboren is, maar zeker is dit niet. Vanaf 1685 weken veel Franse protestantse hugenoten uit naar de Noordelijke Nederlanden, omdat ze in Frankrijk hun geloof niet langer konden belijden. Onder de vluchtelingen zaten veel drukkers. Vooral Franse refugiés richtten drukkerijen op. Pierre Jean en Johanna waren in Franeker op 2.5.1741 gehuwd en kregen zes kinderen, die allen in Franeker geboren werden. | Romar, Pierre Jean Baptiste Reyse de (I1316)
|
446 | Pieter Waardenburg, Franeker 8 september 1846-12 oktober 1846. Catharina, zonder beroep, beviel in de huizing wijk E.W. nummer 53 in Franeker. De geboorteaangifte werd gedaan door de stadsvroedvrouw van Franeker. Vermelding: onbekende vader. Haar vader was getuige bij de aangifte. | Waardenburg, Pieter (I1753)
|
447 | Pietertje Baas, weduwe van Marinus de Bakker, winkelierster te Capelle a/d IJssel, ten eerste voor zichzelf en ten tweede als wettelijke voogdes over Adriaan de Bakker, haar minderjarige kind uit haar huwelijk met wijlen haar echtgenoot en Gerrit de Bakker, magazijnmeester te Capelle a/d IJssel, als voogd over Hendrik- en Adriana Jacoba Gerardina de Bakker, de twee minderjarige kinderen van wijlen Marinus de Bakker uit zijn huwelijk met wijlen zijn eerste echtgenote Lena van der Meer, willen overgaan tot scheiding van de gemeenschappelijke boedel en de nalatenschap van genoemde Marinus de Bakker en zijn tweede echtgenote Pietertje Baas, waarmee hij in 1893 huwde. Tevens verdeling van de boedel van genoemde Marinus met zijn op 16 Februari te Capelle a/d IJssel overleden eerste echtgenote Lena van der Meer en haar nalatenschap. Tenslotte de nalatenschap van Adriaan de Bakker, zoon van Marinus de Bakker en Lena van der Meer. Marinus de Bakker was in leven timmerman te Rotterdam en overleed aldaar op 2 November 1900. Adriaan de Bakker overleed op 27 Maart 1892 te Capelle a/d IJssel. Bij de scheiding zijn verder aanwezig Abraham van der Meer, huisschilder te Heenvliet als toeziend voogd over voornoemde Hendrik en Adriana Gerardina de Bakker. De boedel van wijlen Marinus de Bakker en Lena van der Meer is geinventariseerd op26 April 1893 door notaris Johannes Hendrikus Muller te Capelle a/d IJssel. Tot die boedel behoorden een vordering ten laste van de erfgenamen van C.Lodder en één ten laste van A.J.van der Meer en een schuld aan Doctor J.Burkens. De taxateur van de meubelen en onroerende goederen is Teunis Schravesande Junior, koopman te Rotterdam. Tot de boedel behoren: Baten, te weten, meubelen, onroerende goederen, vorderingen en contanten. Lasten, te weten schulden aan: 1: Schravesande en Malade, in koloniale waren te Rotterdam. 2: A.Maas, koek en banketbakkerij te Rotterdam. 3: J.Dorlas, in koffie te Gouda. 4: Max M.Schilte, in sigaren te Delft. 5: Jan Pieter Blonk. Bijgevoegd bij deze akte het bovengenoemde taxatierapport van Teunis Schravesande Junior. | de Bakker, Marinus (I2182)
|
448 | Pietertje Baas, weduwe van Marinus de Bakker, winkelierster te Capelle a/d IJssel, ten eerste voor zichzelf en ten tweede als wettelijke voogdes over Adriaan de Bakker, haar minderjarige kind uit haar huwelijk met wijlen haar echtgenoot en Gerrit de Bakker, magazijnmeester te Capelle a/d IJssel, als voogd over Hendrik- en Adriana Jacoba Gerardina de Bakker, de twee minderjarige kinderen van wijlen Marinus de Bakker uit zijn huwelijk met wijlen zijn eerste echtgenote Lena van der Meer, willen overgaan tot scheiding van de gemeenschappelijke boedel en de nalatenschap van genoemde Marinus de Bakker en zijn tweede echtgenote Pietertje Baas, waarmee hij in 1893 huwde. Tevens verdeling van de boedel van genoemde Marinus met zijn op 16 Februari te Capelle a/d IJssel overleden eerste echtgenote Lena van der Meer en haar nalatenschap. Tenslotte de nalatenschap van Adriaan de Bakker, zoon van Marinus de Bakker en Lena van der Meer. Marinus de Bakker was in leven timmerman te Rotterdam en overleed aldaar op 2 November 1900. Adriaan de Bakker overleed op 27 Maart 1892 te Capelle a/d IJssel. Bij de scheiding zijn verder aanwezig Abraham van der Meer, huisschilder te Heenvliet als toeziend voogd over voornoemde Hendrik en Adriana Gerardina de Bakker. De boedel van wijlen Marinus de Bakker en Lena van der Meer is geinventariseerd op26 April 1893 door notaris Johannes Hendrikus Muller te Capelle a/d IJssel. Tot die boedel behoorden een vordering ten laste van de erfgenamen van C.Lodder en één ten laste van A.J.van der Meer en een schuld aan Doctor J.Burkens. De taxateur van de meubelen en onroerende goederen is Teunis Schravesande Junior, koopman te Rotterdam. Tot de boedel behoren: Baten, te weten, meubelen, onroerende goederen, vorderingen en contanten. Lasten, te weten schulden aan: 1: Schravesande en Malade, in koloniale waren te Rotterdam. 2: A.Maas, koek en banketbakkerij te Rotterdam. 3: J.Dorlas, in koffie te Gouda. 4: Max M.Schilte, in sigaren te Delft. 5: Jan Pieter Blonk. Bijgevoegd bij deze akte het bovengenoemde taxatierapport van Teunis Schravesande Junior. | Baas, Pietertje (I2186)
|
449 | Predikant, sedert 1794 emiritus|Abraham Harinck|Predikant te Terneuzen, vanaf 1757 Geboren te Oudelande, 17 januari 1732. Overleden te Heinkenszand, 22 juni 1809 Ouders : Ds. Cornelis en Maria Cunel. Ondertrouwd te Franeker 14 juli 1758 en gehuwd te Wijnaldum 20 augustus 1758 met Hijke (Ayke) Waardenburg, j.d. geboren te Franeker. Zij blijft als weduwe achter. Hun zoon Cornelis Hendrik, predikant te Sint Anna ter Muiden. Hun schoonzoon Isaäc Matthias Voyer, predikant te 's-Heer Abts- en Sinoutskerke Opmerking : Als kandidaat bevestigd op 6 februari 1757. Emeritus 6 juli 1794 Verwijzing : Boekzaal der geleerde wereld / Ned. Leeuw X, 52 / Idem XXVIII, 366 Bron : W.M.C. Regt, Naamlijst der Predikanten van Zeeland, deel II, pagina 246 Origineel handschrift berust bij Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag | Harinck, Abraham (I635)
|
450 | presidentschepen, diaken, ouderling | van Halteren, Zeger (I621)
|