Aantekeningen


Treffers 451 t/m 500 van 591

      «Vorige «1 ... 6 7 8 9 10 11 12 Volgende»

 #   Aantekeningen   Verbonden met 
451 Prins van Lippe-Biesterfeld, Noble Seigneur en Graaf van Schwalenberg en Sternberg
prins der Nederlanden (Hij werd op 24 nov. 1936 genaturaliseerd en kreeg bij zijn huwelijk deze titel).
Hij is doctor honoris causa van de Universiteit van Utrecht; was inspecteur-generaal van de Koninklijke Landmacht, admiraal, generaal van de luchtmacht en ere-luchtmaarschalk van de Britse Royal Air Force.
Bernhard Leopold Frederik Everhard Julius Coert Karel Godfried Pieter van Lippe-Biesterfeld (Jena, 28 of 29 juni 1911 - Utrecht, 1 december 2004), Prins der Nederlanden, Prins van Lippe-Biesterfeld, Noble Seigneur en Graaf van Schwalenberg en Sternberg, was de echtgenoot van koningin Juliana der Nederlanden.
Bernhard werd als Bernhard Leopold Friedrich Eberhard Julius Kurt Karl Gottfried Peter Graf zur Lippe-Biesterfeld geboren in Jena, dat destijds in het groothertogdom Saksen-Weimar-Eisenach lag.
Hij staat in de burgerlijke stand van Jena vermeld als geboren op 28 juni 1911 om 2.45 u. De prins beschouwde dit als een foutieve weergave, ook omdat zijn trouwakte wél 29 juni als geboortedag aangaf. Zelf vierde hij zijn verjaardag altijd op 29 juni. Sluitend bewijs dat 29 juni correct is, is er echter niet.
Vanwege het oorspronkelijke morganatische karakter van het huwelijk tussen zijn vader prins Bernhard van Lippe zijn moeder, de gescheiden barones Armgard von Sierstorpff-Cramm, dat niet werd erkend als ebenbürtig door zijn oom vorst Leopold IV, aangaande het huwelijk van Bernhard van Lippe met, mocht hij zich aanvankelijk geen prins noemen.
In 1916 werd het huwelijk tussen zijn ouders alsnog als ebenbürtig erkend en mocht Bernhard zich alsnog prins noemen met het predicaat Doorluchtige Hoogheid.
Bernhards jeugdjaren op het landgoed van zijn ouders, Reckenwalde, verliepen gemoedelijk. Na enige jaren privélessen te hebben gevolgd doorliep hij de kostschool en enkele jaren daarna ging hij naar het gymnasium te Berlijn waar hij in 1929 zijn diploma haalde.
Na universitaire rechtenstudies in München en Lausanne studeerde de prins in 1935 af in Berlijn. In datzelfde jaar ging hij werken bij Berlin NW-7, de bedrijfsspionagedienst van het chemiebedrijf IG Farben.
Intussen was de prins lid geworden van de Sturmabteilung (SA) van de NSDAP, en van de Reiter-SS. Zijn NSDAP-lidmaatschap heeft de prins eind 1995 nog ontkend. Hij bleef, nadat het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie bewijs voor zijn NSDAP-lidmaatschap presenteerde, volhouden niet zélf lid te zijn geworden. Mogelijk is hij lid gemaakt door een van de gebroeders Langenheim met wie hij in die jaren bevriend was. Wel is duidelijk, dat de contributie tijdens zijn lidmaatschap steeds nauwgezet betaald werd.
Bernhard zou prinses Juliana in 1936 tijdens een skivakantie in het Duitse Garmisch-Partenkirchen hebben leren kennen. Volgens sommige bronnen was de relatie echter al eerder beklonken, tijdens een geheime ontmoeting in Amsterdam. Kort na de ontmoeting in Garmisch-Partenkirchen maakten zij hun verloving bekend.
Het huwelijk vond op 7 januari 1937 plaats in Den Haag. Tijdens een galaconcert op de avond voor het huwelijk werd het Horst Wessel-lied gespeeld en brachten diverse aanwezigen de Hitlergroet. Overigens moet er op worden gewezen dat dit galaconcert een officieel karakter had waarbij de volksliederen van beide landen werden gespeeld. De Nazi's hadden bepaald dat aan het Duitse volkslied het Horst-Wessel-lied, als verplicht nummer, zou worden toegevoegd.
Het lied werd niet op aandrang van prins Bernhard gespeeld. Het was onderdeel van het officiële protocol dat werd afgewerkt bij officiële gelegenheden met "bevriende" naties en staatshoofden. Met het ontvangen van het Nederlanderschap veranderde Bernhards achternaam van zur Lippe-Biesterfeld in van Lippe-Biesterfeld.
Hij kreeg bij Koninklijk Besluit van 6 januari 1937 de titel Prins der Nederlanden met het predicaat Koninklijke Hoogheid. Door het opgeven van de Duitse nationaliteit ten behoeve van zijn huwelijk met Juliana verloor Bernhard de mogelijkheid vrij over zijn goed gevulde Duitse bankrekening te beschikken, die omgezet werd in een Sperrkonto - iets waar zijn schoonvader ook al mee was geconfronteerd.
Hij gebruikte daarvan in 1937 een bedrag van 200.000 gulden om het bos rondom zijn ouderlijk huis te kopen, waarbij hij de helft van het bedrag als een soort belasting moest afdragen aan de Duitse overheid. Op deze manier kon hij het tegoed toch nogbenutten, omdat het geld aantoonbaar in Duitsland besteed werd. Deze betaling is later - ten onrechte - aangezien als pro-Nazihandeling.
Prins Bernhard en prinses Juliana kregen vier kinderen:
* Beatrix (1938),
* Irene (1939),
* Margriet (1943) en
* Marijke (1947), koos later "Christina" als roepnaam.
Daarnaast verwekte de prins twee buitenechtelijke dochters:
* Alicia von Bielefeld (1954) bij een verder onbekend gebleven vriendin, kort na de Greet Hofmans-affaire in de jaren '50. Dit werd pas na Bernhards overlijden bekend. Anno 2004 is zij tuinarchitecte in Californië.
* Alexia (1967) bij zijn Parijse maîtresse Hélène Grinda. Dit was een al langer bekend "publiek geheim".
De geruchten dat Bernhard nog meer buitenechtelijke kinderen zou hebben zijn tot nu toe nooit bevestigd door onafhankelijk onderzoek. Bernhard wilde dat zijn erfenis onder zijn zes dochters verdeeld zou worden.
Het huwelijksleven van Bernhard en Juliana verliep dus niet altijd even vlekkeloos. Tegenover de buitenwereld wekten beiden de indruk dat zij (naarmate de jaren vorderden) veel affectie voor elkaar genoten. Zo vierden zij op 30 april 1987 hun 50-jarig huwelijksjubileum met een groot defilé op paleis Soestdijk, hetgeen een waar volksfeest werd.
Het was echter geen geheim dat het paar in feite gescheiden leefde; de beide echtelieden bewoonden ieder een eigen vleugel van paleis Soestdijk; Juliana de Soester vleugel en Bernhard de Baarnse.
De Tweede Wereldoorlog was een belangrijke periode in het leven van de prins. Hij hield aan deze tijd verschillende hoge onderscheidingen over. Ook schiep deze periode voor de prins een zekere spanning. Zijn moeder en zijn broer verbleven nog in Duitsland en verzet tegen Nazi-Duitsland zou repercussies voor zijn familie kunnen hebben.
Toen Duitsland Nederland binnenviel vertrok de prins met zijn gezin naar Londen. Onmiddellijk na aankomst daar maakte hij een tot nu toe onopgehelderde reis naar Parijs. Vervolgens trachtte Bernhard echter de Britse en later de geallieerde zaak te dienen.
Hij bood zijn diensten aan bij de Britse geheime dienst. (Lou de Jong, Het Koninkrijk, deel 9, p. 369.) Aanvankelijk werd hij door de Britten gewantrouwd vanwege zijn Duitse afkomst. Hij werd daarom geschaduwd door de MI-6-agent Ian Fleming.
De prins was echter, in tegenstelling tot vele andere uitgeweken Nederlandse hoogwaardigheidsbekleders in Londen, overtuigd van de geallieerde overwinning. Op 25 juni 1940, drie dagen na de Franse capitulatie, sprak hij voor de Overseas Service van de BBC over Hitler als een Duitse tiran en sprak hij zijn vertrouwen uit in de Britse overwinning op Duitsland (Het Koninkrijk, deel 9, p. 369).
Op 13 november 1940 werd Bernhard benoemd tot verbindingsofficier tussen de Nederlandse en Britse strijdkrachten.
Het wantrouwen van de Britten tegen de prins was inmiddels verdwenen. In het najaar van 1940 behaalde de prins ook zijn vliegbrevet en hij nam enkele malen deel aan geallieerde operaties boven Europa. In 1944 was hij driemaal bemanningslid van een Amerikaanse bommenwerper die acties boven Europa uitvoerde.
Ook maakte hij enkele vluchten boven Europa als piloot van een eenpersoonsjager. (Het Koninkrijk, deel 9, p. 371.) Ook bij de Engelandvaarders en op de onderzeeboten was de prins gezien en bekend. Regelmatig bracht hij bezoeken aan deze mannen. Tijdens de oorlog wist de prins goede contacten te leggen met de stafchef van het hoofdkwartier van Dwight D. Eisenhower, generaal Walter Bedell Smith.
Na de oorlog bleven de prins en Bedell Smith vrienden. Tenslotte valt nog te wijzen op de plaats van de prins bij de operatie Market Garden. Deze slag was een idee van generaal Bernard Montgomery.
De prins had deze operatie ontraden omdat snel oprukken van Nijmegen naar Arnhem van een tankdivisie onmogelijk zou zijn. Het polderlandschap bood daartoe, naar de informatie van de illegaliteit, niet voldoende mogelijkheden. Ook de Amerikanen zagenweinig heil in operatie Market Garden. De Britse veldmaarschalk zette echter door met het bekendenegatieve resultaat.
Daarnaast waren er hardnekkige geruchten, dat de operatie via prins Bernhards hoofdkwartier door de spion Lindemans c.q. King Kong was verraden aan de Duitsers. Hiervoor bestaat evenwel geen enkel bewijs.
Prins Bernhard was als waarnemer namens de Binnenlandse Strijdkrachten aanwezig bij de capitulatie besprekingen tussen de Duitse generaal Blaskowitz en de Canadese generaal Foulkes op 5 mei 1945 in Hotel De Wereld in Wageningen.
Bij de daadwerkelijke caputilatie op 6 mei was hij echter niet aanwezig. Overigens hadden alle Duitse troepen in Noord-West Europa (inclusief Nederland) zich al op 4 mei 1945 overgegeven aan de Britse generaal Bernard Montgomery.
Prins Bernhard heeft vele functies bekleed. Hij was grondlegger en eerste voorzitter van het Wereld Natuur Fonds in 1961 en van 1954 tot 1976 voorzitter van de Bilderberg-conferenties. Van het WNF Nederland was hij tot aan zijn dood nog president. Ook was hij tot 1976 goodwill-ambassadeur van het Nederlandse bedrijfsleven in het buitenland. Naast deze functies bekleedde hij ook enkele hoge militaire functies. Zo was hij adjudant van koningin Wilhelmina, die hem aan het eind van de Tweede Wereldoorlog tot bevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten benoemde.
Tussen 1946 en 1976 was de prins Inspecteur-Generaal van de Koninklijke Landmacht, Luchtmacht en Marine. Bernhard hechtte zeer aan zijn werkzaamheden. Hij heeft eens gezegd dat hij alleen gelukkig was als hij kon werken.
In 1976 werd bekend dat prins Bernhard betrokken was bij een smeergeldaffaire, de Lockheed-affaire. Onder de vele bewijzen voor het aannemen van steekpenningen was een brief van de prins zelf waarin hij om betaling verzocht.
Ook waren er bewijzen gevonden dat de prins betrokken was bij het betalen van steekpenningen aan de Argentijnse junta onder Juan Peron, opdat men Nederlands rollend materieel van Werkspoor zou kopen.
Dit had belangrijke politieke consequenties, en zowel koningin Juliana als de toenmalige minister-president Joop den Uyl overwoog af te treden. Een verbloemend rapport van een driehoofdige onderzoekscommissie beoordeelde een aantal handelingen van de prins als laakbaar. Nadat Juliana met aftreden had gedreigd, besloten de Staten-Generaal de zaak niet voor de rechtbank aanhangig te maken.
Om het geschokte rechtsgevoel te bevredigen op een wijze die de schade aan de monarchie zou minimaliseren, werd Bernhard een verbod op het dragen van militaire uniformen opgelegd. Ook moest hij vele openbare functies neerleggen.
Naar later bekend werd ging het bij de Lockheed-affaire om een bedrag van 1,1 miljoen dollar. Achteraf zou de prins, in een na zijn dood gepubliceerd interview met de inmiddels eveneens overleden journalist Martin van Amerongen (De Groene Amsterdammer) stellen dat hij het als een grote fout van zichzelf zag om dat geld aan te nemen, omdat hij immers zelf niet bepaald gebrek aan geld had.
Het volledige bedrag dat de prins ontving heeft hij naar eigen zeggen gedoneerd aan het Wereld Natuur Fonds.
Op 7 februari 2004 schreef prins Bernhard een open brief aan de Volkskrant om zijn naam te zuiveren. Hij had de oud-directeur van de Rijksvoorlichtingsdienst, Hans van der Voet, gevraagd onderzoek te doen naar vier onderwerpen:
* verhalen over het vermeend losbandige leven van de moeder van Bernhard, Armgard von Sierstorpff-Cramm;
* de twee zonen die Bernhard in Londen zou hebben verwekt;
* een brief die de prins aan Adolf Hitler zou hebben geschreven over het landvoogdijschap over Nederland, de zogeheten stadhoudersbrief;
* de beschuldiging dat Bernhard de Slag om Arnhem zou hebben verraden.
Van der Voet vond voor geen van de vier beweringen bewijzen, maar zijn onderzoek werd door vakhistorici weinig serieus genomen.
De brief is bijzonder omdat leden van het Koninklijk Huis in Nederland zelden direct reageren op aantijgingen vanuit de pers. Premier Balkenende had vanuit zijn ministeriële verantwoordelijkheid toestemming gegeven voor publicatie van de brief.
Met name beschuldigde de prins de journalisten en schrijvers J.G. Kikkert, Tomas Ross, Hans Galesloot en Philip Dröge ervan tever te zijn gegaan. De tweede schreef een roman over het leven van Bernhard. Hij zei zich op 15 bronnen te baseren.
Op 17 november 2004 maakte de RVD bekend dat prins Bernhard aan longkanker leed. Het persbericht luidde als volgt: "Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard der Nederlanden is de afgelopen weken poliklinisch in het UMC-AZU behandeld wegens klachtenvan kortademigheid. De klachten werden veroorzaakt door vocht in de borstholte. Het vocht is verwijderd, waardoor de klachten verminderden.
Bij onderzoek van het vocht werden cellen verkregen die kunnen wijzen op uitzaaiingen van een tumor. In 1994 is prins Bernhard geopereerd aan een tumor van de darm en in 2000 aan een borsttumor. De prins beperkt zich in zijn activiteiten omdat hij een vermindering van krachten ervaart."
Op 29 november 2004 volgde een nieuwe mededeling van de RVD. De toestand van de prins zou achteruitgaan. Naast de eerder vastgestelde tumor in de luchtwegen was nu ook een kwaadaardige tumor in de darmen vastgesteld.
Op woensdag 1 december 2004 kreeg prins Bernhard op Paleis Soestdijk last van zijn aandoeningen. Omdat zijn klachten daar niet goed te behandelen waren, werd hij overgebracht naar het Universitair Medisch Centrum Utrecht, het UMC. Daar werd, op zijnverzoek, de behandeling gestaakt.
Prins Bernhard overleed dezelfde avond om 18.50 uur. Hij werd 93 jaar oud.
Van dinsdag 7 december 2004 tot en met donderdag 9 december 2004 was er tussen 9.00 en 23.00 uur gelegenheid voor het publiek om afscheid te nemen van de prins in Paleis Noordeinde.
Op zaterdag 11 december 2004 vond de uitvaartdienst van de prins plaats in de Nieuwe Kerk in Delft. Op het moment dat de kist met het stoffelijk overschot van de prins de kerk werd ingedragen vlogen drie F16's en een Spitfire over, waarbij een zogenaamde "Fly-pass manoeuvre" in de "Missing Man formation" werd uitgevoerd.
Na de plechtigheid werd prins Bernhard bijgezet in de koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk te Delft.
Op 14 december 2004 publiceerde de Volkskrant een interview met de prins, gebaseerd op negen gesprekken die de prins vanaf 2001 voerde met hoofdredacteur Pieter Broertjes en journalist Jan Tromp van de Volkskrant, buiten medeweten van de regering, de Rijksvoorlichtingsdienst en de familieleden van de prins.
In het interview onthulde de prins het bestaan van zijn dochter Alicia. Verder gaf hij nogmaals zijn visie op de omvang van het vermogen van het koninklijk huis, en verstrekte hij nadere bijzonderheden over de Hofmans-affaire, en over de bestemming van het Lockheedgeld.
Toen een dag later archiefstukken over de Hofmans-affaire openbaar werden gemaakt, bleek dat de opvattingen van de prins niet geheel met de feiten spoorden. 
von Lippe-Biesterfeld, Bernhard Leopold Frederik Everhard Julius Coert Karel Godfried Pieter (I2987)
 
452 Prinses van West Frankrijk der Karolingen, Judith (I2414)
 
453 Prinses Wilhelmina was een dochter van prins August Willem van Pruisen, een broer van Frederik de Grote en hertogin Louise Amalia van Brunswijk-Wolfenbüttel. Al op zeer jonge leeftijd is zij om dynastieke redenen bij haar ouders weggehaald. Ze groeide op bij haar grootmoeder, Sophia Dorothea van Hannover, sinds 1740 de koningin-moeder. Ze werd verder opgevoed door haar tante, Elisabeth Christine van Brunswijk-Bevern, de kleurloze echtgenote van Frederik de Grote, die gescheiden van haarman leefde. Op 4 oktober 1767 trouwde de 16-jarige prinses in Berlijn met de 20-jarige prins. In 1768 bracht Frederik de Grote een bezoek aan het Loo. Voor de hoge gast waren een concert en een operavoorstelling georganiseerd. Frederik schreef aan zijn zus Wilhelmina dat het afschuwelijk was geweest.[1]
Prinses Wilhelmina overtrof haar man in doortastendheid. Haar invloed op het beleid was dan ook niet gering. In mei 1781 liet de prinses vragen of de secretaris van Amsterdam Carel Wouter Visscher niet een manier wist om de hertog van Brunswijk weg te krijgen.[2] [3] De stadhouder werd kwaad toen twee Amsterdamse burgemeesters De Vrij Temminck, Joachim Rendorp en de stadssecretaris de stadhouder op 8 juni adviseerden niet langer naar zijn geheime raadgever te luisteren. Het voorstel behelsde ook de instelling van een adviesraad, maar de prins weigerde resoluut. Toen de hertog van Brunswijk, een broer van haar moeder, in mei 1782 was afgereisd naar 's-Hertogenbosch nam haar invloed mogelijk toe.
De prins raakte steeds meer in moeilijkheden vanwege het stadhouderlijk stelsel, dat was gebaseerd op kuiperij en vriendjespolitiek. Frederik de Grote bood aan door middel van zijn gezant Friedrich Wilhelm von Thulemeier te bemiddelen. Van diverse kanten werd vervolgens gesuggereerd dat de koppige Willem V privileges zou moeten afstaan en dat de prinses meer invloed zou krijgen, o.a. door Pieter Paulus en Laurens Pieter van de Spiegel, die haar hadden gevraagd met de Patriotten in overleg treden. (Joan Cornelis van der Hoop was haar adviseur en correspondeerde ook jaren later nog met haar). De prins volhardde in zijn starheid en bleek wars van iedere concessie. In september 1785 werd Willem V gedwongen Den Haag te verlaten, toen daar rellen waren ontstaan. De stadhouder was ten einde raad en dreigde al zijn functies op te geven. Blijkbaar wist zij hem te overreden niet op te geven. Wilhelmina reisde met haar kinderen per boot naar Friesland om op tijd aanwezig te zijn bij de viering van het 200-jarig
Na een bezoek aan Groningen betrok de stadhouderlijke familie Het Loo bij Apeldoorn, maar ze verhuisde november 1786 naar Nijmegen. Onmiddellijk versterkte zij het contact met haar broer, Frederik Willem, die in augustus van dat jaar op de troon wasgekomen. Haar echtgenoot was door alle verwikkelingen niet meer in staat correspondentie weg te werken. Ondanks dat bleef de prinses trouw achter haar man staan. 
van Pruisen, Frederica Sophia Wilhelmina (I2943)
 
454 raad Coenen, Gerrit (I316)
 
455 raad Hoolwerf, Gijsbert Teunisse (I746)
 
456 raad Nagel, Gerrit (I1127)
 
457 raad, diaken van Halteren, Aart (I625)
 
458 raad, schepen Hooij, Jacob (I741)
 
459 raad, schepen Pruijs, Teunis (I1271)
 
460 raad, schepen, burgemeester de Graaf, Jacob (I576)
 
461 raad, schepen, burgemeester, diaken der Kinderen, Frederik (I914)
 
462 raad, schepen, diaken Nagel, Rutger (I1125)
 
463 raad,schepen,diaken Vedder, Pieter (I1571)
 
464 Rector van de Latijnse School te Lochem en Arnhem Waardenburg, Everhard (I1737)
 
465 Rentmeester van graaf floris van holland 1277-1284 van Schipliede, Coppaert (I2668)
 
466 REPERTORIUM OP DE LENEN VAN DE HOFSTAD
VAN DER WATERINGE, 1299-1770

http://www.genealogieonline.nl/kwartierstaat-thijs/I831.php 
van Dijck (Heemskerck), Gerrit Jansz (I2335)
 
467 Ridder, Heilige Geestmeester van ’s Gravenhage, genoemd in 1421. van der Woert, Dirck IJsbrantsz (I2673)
 
468 Ruim 5 jaar oud overleden aam galkoorts en kinkhoest Waardenburg, Klaasje (I3114)
 
469 Rusthof, Dodeweg 31, Leusden Schuphof, Triny (I1407)
 
470 schepen
nog vermeld 1696 
Teuling, Hendrick (I1517)
 
471 schepen Bekbergen, Aart (I87)
 
472 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Jorissen, Dirck (I878)
 
473 schepen de Ruijter, Ellert (I1347)
 
474 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. van Halteren, Aert Wouters (I630)
 
475 schepen, diaken, ouderling, kerkmeester van Halteren, Zeger (I624)
 
476 schepen, burgemeester, kerkmeester, hoogheemraad Coenen, Coenraad (I314)
 
477 schepen, burgemeester, lid gem.bestuur, diaken, ouderling Pruis, Jacob (I1276)
 
478 schepen, diaken Heeck, Pieter Dircksen (I650)
 
479 schepen, diaken Heek, Frans (I656)
 
480 schepen, diaken Nagel, Claas (I1126)
 
481 schepen, diaken, ouderling der Kinderen, Meijndert (I915)
 
482 schepen, diaken, ouderling Segersz, Rijck (I1410)
 
483 schepen, hoogheemraad Wildeman, Jan (I1921)
 
484 schepen, ouderling
nog vermeld 1721 
Nagel, Ruth (I1124)
 
485 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Coen, Meijns Meijnsz (I312)
 
486 schepen, ouderling Huijgen, Gerrit (I780)
 
487 schepen, ouderling, diaken Hagen, Claes Aelten (I617)
 
488 schepen, ouderling, hoogheemraad Felbier, Francois (I491)
 
489 schepen, ouderling, hoogheemraad Huijgen, Henricus (I777)
 
490 Schwager Chloderichs.
(zwager van Clodéric), dit personage waarvan de naam misschien Agilulf was, stamde af in de vrouwelijke lijn van een koning Agilulf der Suaven, gestorven in 458, we veronderstellen dat hij een broer was van één van de vrouwen van Clodéric, koning te Keulen. 
van Beieren, Agiulf (I2769)
 
491 Schwager Chloderichs.
(zwager van Clodéric), dit personage waarvan de naam misschien Agilulf was, stamde af in de vrouwelijke lijn van een koning Agilulf der Suaven, gestorven in 458, we veronderstellen dat hij een broer was van één van de vrouwen van Clodéric, koning te Keulen. 
Agiulf (I2876)
 
492 Sipkje kreeg de achternaam van haar moeder en is later ook door haar vader aangenomen.
Ook wel Wadenburgh genoemd. 
Waardenburg, Sipkje Ulbes (I1738)
 
493 Slag bij Warns (Grutte Pier!) van der Woert, Jan Gheraertsz (I2678)
 
494 Sluiswachter aan de Boonersluis Bregman, Joris Ariens (I3010)
 
495 Sophia Hedwig van Brunswijk-Wolfenbüttel (Wolfenbüttel, 20 februari 1594 - Arnhem, 23 januari 1642), gravin van Spiegelberg, was een dochter van hertog Hendrik Julius van Brunswijk-Lüneburg en Elisabeth, prinses van Denemarken. Op 8 juni 1607huwde ze Ernst Casimir van Nassau-Dietz, waardoor zij ook de titel gravin van Nassau-Dietz verkreeg. Bij haar man kreeg ze de volgende negen kinderen:
doodgeboren dochter (1608)
doodgeboren zoon (1609)
naamloze zoon (1610-1610)
Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz (1612-1640)
Willem Frederik van Nassau-Dietz (1613-1664)
Elisabeth (Leeuwarden, 25 juli 1614 - Leeuwarden, 18 september 1614)
Johan Ernst (Arnhem, 29 maart 1617 - mei 1617)
Maurits (Groningen, 21 februari 1619 - Groningen, 18 september 1628)
Elisabeth Friso (Leeuwarden, 25 november 1620 - Groningen, 20 september 1628)
Zij is bekend door het opvallende portret als "caritas" in de collectie van Rijksmuseum Paleis het Loo. 
Brunswijk-Wolfenbüttel, Sophia Hedwig (I2921)
 
496 Stamboom Albertine Agnes van Oranje-Nassau (1634-1696)
Grootouders Willem I van Oranje-Nassau (1533-1584)
Willem de Zwijger
x 1583
Louise de Coligny (1555-1620)
Johan Albrecht I van Solms-Braunfels
x
Agnes van Sayn-Wittgenstein
Ouders Frederik Hendrik van Oranje-Nassau (1584-1647)
x 1625
Amalia van Solms (1602-1675)
Albertine Agnes van Oranje-Nassau (1634-1696)
x 1652
Willem Frederik van Nassau-Dietz (1613-1664)
Kinderen Amalia (1655-1695)
x
Johan Willem van Saksen-Eisenach (1666-1729)
Hendrik Casimir II (1657-1696)
x 1683
Amalia van Anhalt-Dessau (1666-1726)
Kleinkinderen
Johan Willem Friso (1687-1711)

Albertine Agnes van Nassau (Den Haag, 9 april 1634 ? Oranjewoud, Friesland, 24 mei 1696), was de vijfde dochter van stadhouder Frederik Hendrik en Amalia van Solms. Via haar stamt het huidige Nederlandse koningshuis af van Willem van Oranje.
Albertine Agnes trouwde in 1652 met Willem Frederik van Nassau-Dietz (1613-1664). Uit dit huwelijk werden geboren:
Amalia (1655-1695), gehuwd met Johan Willem van Saksen-Eisenach (1666-1729)
Hendrik Casimir II (18 januari 1657 ? 25 maart 1696), gehuwd met Henriëtte Amalia van Anhalt-Dessau (1666-1726)
Na de dood van haar man Willem Frederik in 1664 werd ze in Friesland regentes voor haar zoon Hendrik Casimir II. Tijdens het regentschap moest Albertine Agnes in 1672 het hoofd bieden aan de aanvallen van Bernard von Galen, de bisschop van Münster. 
van Nassau, Albertine Agnes (I2923)
 
497 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Heuveling, Michiel Berents (I708)
 
498 stamvader Huijgen
nog vermeld 1696 
Huijgen, Claes Cornelisz (I784)
 
499 Stamvader Koelewijn Spakenburg
nog lidmaat in 1662 
Koelewijn, Reijer Dirks (I931)
 
500 stamvader Muijs
nog vermeld in 1799 
Muijs, Abram Claesz (I1114)
 

      «Vorige «1 ... 6 7 8 9 10 11 12 Volgende»